Typisch Nederlands voedsel 1

Typisch Nederlands voedsel

Zoals in de meeste landen is er zoiets als typisch Nederlands voedsel. Lekkernijen en gerechten die in  andere landen niet of veel minder bekend zijn. Het zijn er veel, meer dan 200! Dan gaat het overigens niet alleen om typisch Nederlands voedsel maar ook om gerechten die op een typisch Nederlandse manier worden bereid. In onze serie artikelen over voedsel vind je onder meer tips om goedkoper te eten, meer lezen over biologische keurmerken, over afvallen, vitamine B12, de voedselbank en over suiker.  

Heel bekende Nederlandse gerechten en lekkernijen zijn onder andere hutspot, drop, stroopwafels, hagelslag en erwtensoep, oftewel snert. In dit blog vertellen we meer over dit typisch Nederlands voedsel en de oorsprong ervan. 

Lees verder na de afbeelding.

Hutspot

We beginnen met hutspot, een typisch Nederlands gerecht dat in vrijwel elk gezin wel eens op tafel komt. Er zijn ook andere namen voor zoals wortelstamppot, peen en ui of peestamp, zoals ze het in  Brabant noemen. Hutspot wordt gemaakt van aardappelen, wortelen (of winterpeen) en ui. Deze drie ingrediënten worden te samen gekookt, al dan niet met toevoeging van laurierblad, peperkorrels en zure appel. Daarna wordt het gestampt tot een stamppot. Bij hutspot wordt een klapstuk of spek gegeten. 

Hutspot werd in Nederland al gegeten voordat de aardappel in Europa was. Als basis werd toen pastinaak gebruikt. Hutspot wordt nog steeds gegeten tijdens het feest ter ere van het Leidens ontzet. Dit omdat in 1574 metalen kookpotten werden gevonden met resten hutspot die de Spaanse soldaten aten terwijl de Leidenaren stierven van de honger. 

Stroopwafel

Eén van de meest bekende lekkernijen die typisch Nederlands zijn: de stroopwafel. Twee dunne wafels en daartussen zoete stroop. Ze worden inmiddels wereldwijd gegeten. Van oudsher hadden de wafels een diameter van 10cm, inmiddels zijn ze verkrijgbaar in allerlei varianten, van kleine exemplaren tot hele grote met een diameter van 25cm of meer. 

De eerste stroopwafels werden gemaakt in Gouda, in de loop van de 19e eeuw. Aanvankelijk waren het koeken voor de armen. Omdat ze werden gemaakt van oude koeksnippers, deegresten en stroop waren ze heel goedkoop. In 1960 telde Gouda zeventien stroopwafelfabrieken waar er in het jaar 2000 nog vier van over waren. Hoewel je overal stroopwafels kunt kopen moet je voor een échte stroopwafel nog steeds naar Gouda!

Drop

Drop is een ander echt typisch Nederlands product, in ieder geval wat de variëteit en consumptie betreft. De eerste dropjes werden gemaakt in Italië, als medicijn en later in Engeland als snoep. Maar nergens zijn ze zo populair als in Nederland. 

Het hoofdbestanddeel van drop, zoethoutwortel wordt al vele duizenden jaren gegeten. Hoewel de uitvinding van drop dus een mix is van de Italianen en Engelsen wordt het toch gezien als een typisch Nederlands product. De reden hiervoor is dat we er zo ontzettend veel van eten, miljoenen kilo’s per jaar.

Het woord drop is overigens afkomstig van het woord ‘druppel’, toen drop nog door apothekers werd verkocht als vloeibaar medicijn.  

Arnhemse meisjes

Arnhemse meisjes zijn koekjes van gistdeeg; hard gebakken en rijk bestrooid met suiker. Ze werden in 1829 voor het eerst gebakken in… Arnhem! Ze werden als souvenir verkocht in speciale blikjes en verwierven internationale bekendheid. Zo staan ze op de menukaart van het Hilton in Groot-Brittannië en kregen ze een plek in een kookboek van Roald Dahl. 

Beschuit met muisjes

In Nederland eten we beschuit met muisjes wanneer er een baby is geboren. Het is een typisch Nederlandse traditie. In Noord-Brabant eten ze daarnaast ook suikerbonen en in Twente krentenwegge. 

Beschuiten zijn tweemaal gebakken broodjes die daardoor krokant worden. De muisjes zijn anijszaadjes. Tot 1990 waren de muisjes altijd roze en wit maar daarna kwamen er blauwe muisjes op de markt, speciaal voor het vieren van de geboorte van een jongen. 

De traditie de moeder én de kraamvisite iets lekkers aan te bieden na de geboorte van een kind dateert al uit de middeleeuwen. In die tijd was het krijgen van een kind iets gevaarlijks en als dat goed afliep werd dat uitbundig gevierd. In die tijd was brood met suiker al een enorme traktatie en was beschuit met suiker alleen voor de rijken weggelegd. 

De anijszaadjes hadden een belangrijke functie want ze zouden geneeskrachtige eigenschappen hebben, zo dacht men in de middeleeuwen. Anijs was goed voor de productie van de moedermelk, liet de baarmoeder snel slinken en zou boze geesten verdrijven. 

Bitterballen

Bitterballen zijn zó typisch Nederlands dat ze in 2020 zijn toegevoegd aan de Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Nederland. De bitterbal is een klein ragoutballetje dat is gefrituurd en een doorsnee heeft van zo’n 4cm. In feite een kleine, ronde vleeskroket. Ze zijn razend populair in Nederland en België en worden ook wel gegeten in Suriname en Indonesië.

De naam bitterbal komt voort uit het feit dat ze vroeger vooral werden gegeten als hapje bij een bittertje, een nogal alcoholisch kruidendrankje. Tegenwoordig maken ze deel uit van bittergarnituur waarbij ook andere snacks horen. Ze worden vaak geserveerd tijdens feestjes en recepties. 

Erwtensoep

Een andere naam voor erwtensoep is snert. Het is niet een echt typisch Nederlands gerecht maar wel razend populair in ons land. Zoals de naam al zegt wordt de soep gemaakt van erwten (spliterwten) en hij wordt meestal ’s winters gegeten. De soep is zo dik dat het soms meer op pap lijkt. 

Erwtensoep wordt al heel lang gegeten en is al bekend van oude Griekse beschavingen. Waarschijnlijk werd het vele eeuwen daarvoor al gegeten, in allerlei varianten. Het eerste (bekende) Nederlandse recept voor snert dateert uit de 16e eeuw. 

Behalve erwten heb je voor het bereiden van snert vleesbouillon, andere groenten zoals prei, wortel en uit nodig en vaak ook aardappel. De soep wordt langdurig gekookt en vaak wordt ook vet vlees toegevoegd zoals spek, karbonade of een varkenspoot. In Nederland wordt vaak rookworst toegevoegd. 

Bij een lekkere kop erwtensoep hoort in Nederland een plak roggebrood belegd met kaas of katenspek. Soms eet men als dessert een pannenkoek.

In Nederland is snert zo bekend dat er jaarlijks een Wereldkampioenschap Snertkoken wordt gehouden. Dit kampioenschap is zelfs op de Nederlandse inventarisatielijst voor immaterieel erfgoed geplaatst. 

Haagse bluf

Een bekend Nederlands nagerecht volgens een vrij eenvoudig recept: stijf opgeklopt eiwit met suiker en bessensap. Meestal wordt sap van rode bessen gebruikt. Zo’n dessert heeft een flinke uitstraling maar is voornamelijk lucht, vandaar de naam. 

Hollandse Nieuwe

Hollandse Nieuwe, ook wel maatjesharing, is een vis die ook in andere landen wordt gegeten. Het is echter wel een traditionele specialiteit en een binnen de Europese Unie beschermd streekproduct. 

De vis moet binnen een bepaalde periode worden gevangen en verkocht om Hollandse Nieuwe te mogen heten. Haring is overigens heel gezond; er zitten onder meer veel vitamines in, vooral veel vitamine D. 

In feite is het woord maatjesharing een verbastering van het woord maagdenharing. ‘Maagd’ is een verwijzing naar de periode van de cyclus van de vis als deze wordt gevangen. De mannelijke vis bevat dan nog geen hom en de vrouwelijk vis nog geen kuit. 

Het gaat jaarlijks om heel wat haringen: zo’n 30.000 ton van de in totaal ongeveer 500.000 ton haringen die jaarlijks worden verwerkt valt onder de Hollandse Nieuwe. 

Binnen de Nederlandse cultuur speelt de Hollandse Nieuwe onder meer een rol tijdens vlaggetjesdag, de eerste dag van het jaar dat de haringvangst, de Hollandse Nieuwe, in Scheveningen aan land wordt gebracht. Het eerste vaatje gaat traditioneel voor een hoge prijs van de hand. In 2022 bracht dat vaatje €113.500  op. 

Leave a reply